Banjeren

Als het sneeuwt en de sneeuw blijft liggen vult dat mijn hart met blijdschap. Is dat een reactie die iedereen heeft, of komt het voort uit blijde herinneringen aan sleetje rijden en sneeuwballen gooien? Ik denk dat iedereen het heeft, want zelfs honden kunnen door het dolle raken van verse sneeuw.

Ik trok mijn waterdichte outfit aan, en toog met hond naar het bos. Er lag soms wel twintig centimeter en ik moest er doorheen banjeren. Lori gooide steeds haar speeltje in de lucht en sprong dan boven op de plek waar het ding landde. Ik weet dat ze het niet koud heeft, haar vacht isoleert en beschermt tegen kou en nattigheid, en haar zintuigen zijn scherp. Toch ziet ze het wild zwijn dat voor ons oversteekt niet. Even later pikt ze wel de geur op en opgewonden springt ze om me heen. Iets verderop in het bos zie ik nog vijf zwijnen, maar ook deze heeft ze niet in de gaten. Ze is te druk met haar speeltje.

Nog wat later vluchtten twee reeën door de bomen en Lori ziet het. Ze begint aan de lijn te trekken omdat ze erachteraan wil, maar dat vindt niemand, behalve zij zelf, een goed idee. In totaal lopen we ruim twee uur door de sneeuw, op sommige plekken had nog niemand gelopen. Dat is nog beter dan een pot pindakaas aanbreken. Op de laatste twee kilometer over de besneeuwde weg laat ik haar los en gooi een paar keer met haar speeltje dat diep onder de sneeuw verdwijnt. Ze rent, zoekt met haar ogen en als dat niet helpt zet ze haar neus in waarmee ze het speeltje in dertig seconden onder de sneeuw traceert.

Sneeuw maakt me blij, of ik er nu doorheen loop, de oprit sneeuwvrij maak, of er met de auto doorheen moet. Dat laatste moest ook nog een stukje en ik speel met de grip van de banden. Thuis wacht een Duvel, Belgisch bier, en Lori krijgt een varkensoor. Als ze hem op heeft komt ze bij me liggen, haar kop op mijn schoot.

Geloof in sprookjes!

I am the president of the United States, I can do whatever I want. Dat zei hij ooit, en hij doet het. Hij valt een ander land aan en ontvoert de president. Ik moet eerlijk zijn, als hij het bij Poetin had gedaan was mijn verontwaardiging een stuk minder geweest, maar nu heb ik toch wel een vraag. Wie gaat nu Trump voor de rechter brengen wegens schending van het internationaal recht? Ik weet het al, niemand. Die komt hier gewoon mee weg, net als Poetin. Daar zijn ze simpelweg te machtig voor.

Dus waar hebben we dat internationaal recht eigenlijk nog voor als het recht van de sterkste gewoon geldt? Om af een toe een Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse leider die het wat bont maakte te berechten en verder te hopen dat Amerika en Rusland normaal doen. Maar dat is allang een gepasseerd station.

Wilders heeft Trump alweer gefeliciteerd met deze illegale actie, want Wilders zou ook graag allerlei illegale dingen doen. Dat leidt veel sneller tot resultaat dan het via de democratische weg te doen, bovendien ligt de democratie met zichzelf overhoop. Overal liggen de ultrarechtse partijen op de loer om herrie te schoppen.

Het zijn golfbewegingen natuurlijk, misschien moeten we door deze periode heen om tot inzicht te komen. Fiets je in de sneeuw en je wijkt licht uit naar links, moet je sterk corrigeren naar rechts om uiteindelijk weer op het rechte spoor te komen en andersom.

Goed, uiteindelijk kan ik er niks aan doen, ik kan alleen aanraden dat jonge ouders hun kinderen sprookjes voorlezen voor het naar bed gaan. Het sprookje activeert het rechtvaardigheidsgevoel en het kind leert het kwaad te herkennen, en daarmee kan het hopelijk verder de rest van zijn of haar leven. Nu ze te oud zijn voor sprookjes moeten ze van mij op kerstavond A Christmas Carol kijken, zelfde effect. Donald Trump heeft die film nooit gezien, dat moge duidelijk zijn.

Een mensenleven

Gisteren, de laatste dag van 2025 was ik op een uitvaart waar stevige housemuziek werd gedraaid omdat de overledene geluidstechnicus was op onder andere houseparty’s. Ik vond het nog wel mooi ook. Wat ik minder vond was de ceremoniemeester, een vrouw die het allemaal te persoonlijk maakte naar mijn smaak. Ze sprak constant de nabestaanden aan en vertelde hen wat de overledene, die zij niet gekend had, wel niet van hen vond. Toen dacht ik, mocht ik er mee te maken krijgen dan moet je zo’n man of vrouw duidelijk maken hoe je het wil. Of eigenlijk, dat hoeft helemaal niet. Dat moet bij het eerste gesprek al duidelijk zijn, of zo iemand een belangrijke bijrol gaat spelen of een slechte hoofdrol.

De overledene, een oud buurjongen, had ik veertig jaar niet gezien en die teller loopt door want ik heb hem nog steeds niet gezien. Zijn zusje had ik ook veertig jaar niet gezien, maar die teller begint opnieuw. Ik vroeg of ze wist wie ik was, ze noemde mijn naam en gaf me een knuffel. Zijn ouders had ik iets korter niet gezien, maar dat kan ook al 20 jaar geleden zijn. Ze omhelsden me allebei.

Het gaat hard, een mensenleven. Het begon me voor het eerst op te vallen toen er weer een schooljaar voorbij was. Maar even daarvoor had ik nog achter in de auto gezeten bij mijn ouders en nagedacht over dood en ouderdom. Ik was pas acht of negen en constateerde dat dat voor mij niet aan de orde was en ook nooit zou komen. Maar nu praat ik over veertig jaar geleden. Over toen ik acht was, bijna vijftig jaar geleden. En dat je mensen twintig jaar niet kunt zien. Een hap uit een mensenleven.

En nu is er weer een jaar voorbij, een triest jaar voor de menselijkheid als je het mij vraagt, maar een goed jaar voor de mensheid. Ons aantal is wederom toegenomen. En daarmee het aantal negatieve krantenberichten. Want de positieve komen bijna niet in het nieuws. Gelukkig ben ik er nog. Altijd opgewekt, positief en wars van sarcasme. Een gelukkig 2026!

Afwijking

Ik heb een heel afwijkend lichaam en niemand heeft tot nu toe kunnen vaststellen wat er precies afwijkt. Het moeten de verhoudingen zijn, er staan dingen niet goed, onderdelen niet op hun plaats, je kunt er niet precies de hand op leggen.

Als we allemaal naakt zouden rondlopen zou nooit iemand opvallen dat ik die afwijkingen heb, ik in de laatste plaats. Maar dat doen we niet, dus dan uit het zich. Het uit zich voornamelijk door plotselinge veranderingen in de verhoudingen, dan zijn mijn benen weer te lang, mijn armen te kort, mijn romp te kort of te lang, of mijn buik is te bol of te plat.

Het is dan ook onmogelijk om passende kleren te kopen, dat is me sinds 2000 niet meer gelukt. In de winkel lijkt het te passen maar eenmaal thuis heeft zich zo’n plotselinge lichamelijke verandering voorgedaan en zit de polo ineens te strak, of is de broek weer te groot. Ik ging laatst naar de winkel, heb zeker vijf broeken gepast, totdat verkoopster en ik het erover eens waren welke ik moest hebben. Ik nam er twee en eenmaal thuis was ik alweer vermagerd waardoor ik wederom twee broeken heb waaraan ik de hele tijd loop te hijsen. Is niet erg, dat heb je met een dergelijke handicap.

Linda gelooft het allemaal niet en denkt dat ik niet goed pas, dus kocht zij als kerstcadeau een trui voor mij. XL, te klein. Ze ging terug naar de winkel, kwam terug met een XXL maar ze vond hem nog steeds te klein, terwijl ik dacht dat hij beter zat. Ook Tammar vond hem te klein, dus terug naar de winkel voor een XXXL. Deze was goed, en ik stemde in. Dus het kaartje ging eraf. Ik hield de trui aan en na een kwartier hing hij op mijn knieën. Mijn romp was dus weer gekrompen. Nu heeft ze het eens met eigen ogen kunnen zien. Dit soort dingen ligt niet aan mij. Er ligt trouwens nooit iets aan mij. U snapt ook wel, het is niet mijn lichaam, het zijn die kleren! Die veranderen van maat waar je bij staat! Gewoon Chinese troep waarschijnlijk. Mijn volgende aankoop wordt een harnas. Daar loop ik dan ijzerenheinig de rest van mijn leven mee.

Mijn generatie

Als je iemand al je hele leven kent, maar je zag hem voor het laatst toen hij een jaar of 12 was, kan hij dan nu hij 52 is een man zijn? Zijn ouders zijn nu tegen de tachtig, ik waste vroeger hun auto voor vijf gulden. Als ze op vakantie waren gaf ik hun planten in de tuin water. Ik proef de sfeer nog van hun huis, met gevlochten riet tegen de muur. Later verhuisden ze, net als wij trouwens, maar ze bleven bevriend met mijn ouders, en tot op de dag van vandaag met mijn moeder.

Gisteren overleed plotseling hun zoon, op 52-jarige leeftijd. Ik heb hem in geen veertig jaar gezien maar ik zie hem nog gaan op z’n fietsje en ik bleef horen hoe het met hem ging. Niet al te best sinds een jaar of tien, door een ziekte verloor hij een been, daarna zijn werk en zijn vrouw, maar het ging juist weer beter en hij had net een medische check gehad.

En ineens zakt hij in elkaar en mocht reanimatie niet meer baten. Zo’n raar idee, hij was wat jonger dan ik, speelde met mijn broertje vroeger, maar hij was een vaste waarde in de buurt, zoals we dat allemaal waren vroeger. En we komen langzaam op een leeftijd dat de eersten doodgaan. Ze zijn nog veel te vroeg, maar ze zijn de eersten. De komende jaren zullen er meer gaan, en over een jaar of tien is het met regelmaat dat mijn generatie gaat. Van mijn lagere schoolklas heb ik niet gehoord dat er iemand niet meer leeft, en van mijn middelbareschoolperiode weet ik dat er twee klasgenoten heel jong zijn gestorven.

Maar de dood is nu dichterbij dan de geboorte, en in de tussentijd doe je maar wat. Ik tenminste wel, en ach, het gaat redelijk. En je hebt er allemaal niks over te vertellen en als je gaat, dan ga je. En als je eenmaal aan de andere kant bent maakt het niet uit hoe oud je bent geworden. Maar deze aarde verlaat je het liefst pas als je geen zin meer hebt natuurlijk. Niet als je nog een stijgende lijn laat zien.

I was the one

Ik heb een Soundmaster NR513dab, een overschat muziekapparaat dat er nostalgisch uitziet maar voorzien is van USB, DAB, phono, tape, cd en radio. Het geluid is aardig, maar niet meer dan dat. De pick-up werkte niet meer helemaal goed en moest afgesteld worden. Dat deed ik volgens het boekje, nog best ingewikkeld met een onmogelijk bereikbare stelschroef, maar gelukt.

Ik luister naar de top 4000 op radio 10, maar de muziek is te bekend of te matig. Ik pak één van mijn oudste singeltjes, “Heartbreak Hotel” van Elvis maar draai de b-kant, “I was the one.” Niet dat ik erbij was, maar het krakerige oude singeltje brengt me terug naar 1956, toen Elvis dit in de RCA studio opnam, en ik hoor hoe goed dit was. Hoe mooi dit geweest moet zijn in die tijd, toen het volledig nieuw was. Ik zat te denken, wat heb ik bewust meegemaakt aan nieuwe muziek? Niet veel, maar wel Graceland van Paul Simon. “You can call me Al,” dat weet ik nog dat ik die voor het eerst hoorde en gelijk het meesterwerk herkende. Of “Take on me,” van A-ha. Of wat later, “Viva la vida” van Coldplay.

Maar de meeste muziek was er gewoon, en ik maakte niet bewust de opkomst mee. Maar als de muziek teveel wordt, of te ingewikkeld, dan ga ik even terug naar de basis, I was the one.

Nikita, deel 2.

Het duurde wat langer dan ik dacht, maar de Russen zitten dan toch achter me aan. Ik schreef in februari hier dat ik via e-mail een verzoek had van een moeder om voor haar zoontje Nikita ansichtkaarten uit het westen te versturen. Mijn spinne-alarm ging af maar dacht aan de andere kant, wat kan het voor kwaad? Dus ik stuurde wat kaarten van de Veluwe naar een adres in Rusland.

Onlangs kreeg ik een mailtje met de kerstgroeten van Olga en dat ze bad voor vrede omdat de situatie erg moeilijk was. Ik reageerde er niet op en kreeg een week later een mailtje of ik haar mail ontvangen had omdat ze bang was dat mail uit Rusland geblokkeerd zou worden. Ik stuurde haar de kerstgroeten terug en vandaag kreeg ik een wat langere mail, over dat ze hulp nodig had voor haar en haar achtjarige zoontje omdat de koude Russische winter eraan kwam en ze de verwarming niet meer kon betalen. Dus ik stuurde terug: “Hé Nikita is it cold, in your little corner of the world?“

Stomme Russen. Ze hadden dat ijzeren gordijn nooit moeten weghalen!

Ninja

Ik heb zelden nachtmerries, meestal droom ik vreemd of leuk, maar vannacht had ik een echte. Er zat een tank achter me aan. Ik vluchtte de trappen op van de flat waar mijn opa en oma woonden, al woonden ze er niet meer. Ze zijn al jaren dood maar de flat is er nog. De tank kon echter ook de trappen op en kwam me achterna. Ik kon me ergens verstoppen waardoor de tank me niet zag en ik dacht dat ik veilig was. De tank was me voorbij gegaan en reed op zeker moment weer naar beneden. Ik was echter overmoedig en liet me zien want ik dacht dat hij niet kon keren in het smalle trappenhuis. Ik had er alleen niet op gerekend dat de tank zijn loop kon draaien en achteruit ineens weer omhoog kon, waardoor hij eigenlijk weer vooruit de trap op reed. Nu kon ik geen kant meer op en de tank zou me spoedig vermorzelen. Dit besloot ik echter niet af te wachten en ik schrok wakker.

Die tank staat ergens voor. Net als mijn overmoed die me fataal werd. Beide aspecten herken ik. De tank staat symbool voor een persoon die niet het beste met je voor heeft en voor wie je bang bent. Het feit dat de tank het op mij gemunt had betekent dat ik niet met alle winden meewaai en dus moeilijkheden ondervind. Dat de overmoed me fataal werd staat voor de onvermijdelijke val van de apenrots mocht ik die proberen te beklimmen.

Als ik wakker schrik uit een nachtmerrie is er gelijk opluchting. Het besef dat het niet echt was, maar dat het al gebeurd is en weer kan gebeuren als ik niet oppas. Bedankt voor de waarschuwing. Ik slaap ook zo weer verder.

Later bedacht ik dat het wel heel handig is als je ineens uit de realiteit kunt stappen. Dat zou in het echt ook moeten kunnen, dat als je in een benarde situatie zit, je ineens ergens anders ontwaakt. Of eigenlijk niet ontwaakt, maar gewoon verdwijnt en ergens anders weer verschijnt. Als een ninja.

Veranderingen

In een vorig leven heb ik in een bos gewoond, dat moet wel. Of aan de rand van een bos, in een hut. Of ik kom uit een dorp waar alles hetzelfde bleef. Als kind luisterde ik al jaloers naar de verhalen van mijn vaders jeugd. Ik was al net te laat geboren, want daar waar ik mijn hut wilde bouwen was al vlakbij een snelweg. In mijn vaders jeugd was die snelweg er niet en was het in mijn ogen onbewoond gebied. En onbewoonde gebieden zijn het mooist. Vooral als ik er woon.

In mijn vorige leven klopte al mijn ideeën die ik had over het leven nog. Ze waren nog niet weggewookt om maar even een zelfverzonnen term te gebruiken. Ik kan ook niet heel goed omgaan met veranderingen, ik trek nog net wisseling van seizoenen maar dat is slechts omdat het een cyclus is. Ze hadden mij als kind ook nooit boeken moeten laten lezen of tv moeten laten kijken. Ik ging geloven dat wat er in dat boek gebeurde, echt kon, en ik misschien wel de hoofdpersoon kon zijn. En dat alles een overzichtelijk romantisch geheel was, zoals mijn lagere schoolperiode. Maar ook die veranderde halverwege naar basisschoolperiode. Waarom? Laat me met rust!

Ook de buurt waar je vroeger woonde! Die was betrouwbaar want je wist wie waar woonde. Ik wist zelfs wie de buren van mijn opa en oma waren. En mijn hele jeugd bleef dat hetzelfde en mijn jeugd duurde zeker tot mijn dertiende, en achteraf misschien wel veertig jaar. En al die veertig jaar veranderde er nooit iets, en dat vond ik fijn. Goed, Van Agt werd vervangen door Lubbers, maar dat was het dan ook.

En nu heb ik last van veranderingen. Of eigenlijk van dingen die niet stroken met het wereldbeeld dat ik vormde. Het beeld van een statische wereld waar alles duidelijk was, waar goed en fout duidelijk gescheiden waren en waar de grenzen duidelijk waren aangegeven. Een wereld waarin ik prima gedijde.

Dus ja, het stond eigenlijk allang vast dat ik het lastig zou krijgen. Daarom ben ik zo gek op dieren. Die doen altijd hetzelfde, hun hele leven lang. Net als ik, toen ik nog in het bos woonde.

Ingewikkeld

Hoe denk je over vlees eten?

Mijn opa wilde er niks van weten als ik zei dat ik het zielig vond voor de dieren. Vlees heb je nodig was het enige wat hij zei en daarmee was de discussie klaar. Hij ging niet in op mijn argumenten. Hij stond duiven uit een boom in z’n voortuin te verjagen omdat die hem uit z’n slaap hielden en toen hij een keer m’n broertje overstuur in de auto had omdat hij een eend overreed was zijn commentaar: je moet nooit remmen voor een beest. Ondanks dat hij niks om beesten gaf vond ik hem een leuke opa.

Mijn andere opa was andere koek. Die werd gebeten door een hond maar zei niks omdat hij bang was dat de hond op z’n donder zou krijgen. Hij voer zijn boot in het riet om meerkoeten te ontwijken, tot onbegrip van mijn oma die hem dan toebeet: “die beesten gaan toch vanzelf aan de kant!” “Baasje zal jullie niet overvaren,” zei hij dan.

Ik ben duidelijk net als de laatst beschreven opa, van mijn moeders kant. Ik ben gek op dieren, vooral op honden, maar ik vind de meeste dieren prachtig. Ook koeien en varkens. Maar ik eet wel vlees, maar doe dat met respect. Bij ons was de hoofdmaaltijd vroeger de groente, dus als ik vroeg, wat eten we, dan was het antwoord bijvoorbeeld “andijvie.” De groente was bepalend of je het eten lustte of niet, het vlees zat erbij en lustte je altijd wel, tenzij het lever was.

Mij zul je nooit horen zeggen dat ik een vleesliefhebber ben, of dat ik een van een “homp” vlees hou. Ook zal ik nooit de WordPress vraag van vandaag beantwoorden met: heerlijk! Ik heb altijd in m’n achterhoofd het dier, en niet m’n eigen belang. In een restaurant bestel ik eerder pasta dan biefstuk.

Dus hoe denk ik over vlees eten? Ik doe het en geef er weinig ruchtbaarheid aan omdat er ergens iets wringt. Maar ik ben niet mans genoeg om dan te stoppen met vlees eten. Schijnheilig misschien wel. Waarschijnlijk als ik met een vegetariër was getrouwd zou ik gedeeltelijk meegedaan hebben. Omdat ik eet wat de pot schaft en allang blij ben als er voor me gekookt wordt.

Kortom, een moeilijk verhaal. Enerzijds vind ik er iets van, anderzijds doe ik het ook. Het zal dan ook niet voor niets zijn dat ik bij tijd en wijle met mezelf overhoop lig. Ik vind dan ook dat een dier ook een mens mag eten. Voor het evenwicht. Daar doe ik dan ook niet moeilijk over. Tenzij diegene vegetariër was. Dat zou wrang zijn.